
Deel 4: Het gevecht met de haaien
door R v/d Sterren
Ik deed mijn handen boven mijn ogen, in de hoop dat ik dan beter en verder kon kijken. Maar dat haalde niets uit, de pieken bleven voor mij een raadsel. Ik ging weer zitten, of heter gezegd liggen op mijn buik, en begon weer in de richting van de pieken te peddelen. Toen ik zo een hele poos bezig geweest was en het ook al donker was geworden, wist ik niets beter te doen dan te slapen. Toen dit niet lukte ging ik de hele nacht door met peddelen. Toen de zon opkwam was ik nog geen meter verder, de pieken waren nog even ver als gisteren. Maar terwijl ik aan het turen was werd mijn aandacht getrokken door iets wat zo’n 50m van het vlot vandaan dreef.
Nadat ik er naartoe geroeid was, zag ik dat het een kist was, en wel mijn eigen scheepskist. Door de deining van de golven lukte het mij pas na een tijdje de kist na veel geworstel op het vlot te krijgen. Ik voelde mijn zakken na en gelukkig vond ik de sleutel die op het slot van de kist paste. Tot mijn vreugde zat alles er nog in, mijn zwaard, twee dolken, rugzak en zelfs mijn pijp was nog heel en de tabak droog. Het doosje met vuursteen en staal zat er ook in maar de waterzak was leeg en er zat ook niets te eten in mijn kist.
Terwijl ik met de inhoud van de kist bezig was vergat ik even waar ik was. Ik keek om me heen en kreeg de schrik van mijn leven, een stuk of acht haaien zwommen in een grote boog om het vlot heen. Af en toe kwam er een grote kop van zo’n monster boven en een ogenblik was ik moedeloos door het nieuwe gevaar. Koortsig dacht ik na wat ik moest doen, met mijn handen kon ik nu niet in het water. Ik zocht in de kist of er iets in lag wat mij verder kon helpen, een lang stuk touw was alles wat ik vond en na even nagedacht te hebben nam ik het uiteinde en bond dat vast aan de kist en aan het vlot zodat ik mijn handen vrij had. Ik trok mijn zwaard en wachtte af, de haaien kwamen dichterbij. Opeens sprong er een haai het water uit, ik hief mijn zwaard en sloeg op het juiste moment toe. Gewond gleed de haai het water in en werd onmiddellijk verscheurd door zijn soortgenoten. Met afgrijzen bekeek ik het tafereel maar lang duurde de rust niet want er kwamen nu een paar haaien op het vlot af met meer aanvalsdrift. Een van de haaien stootte tegen het vlot en ik kon mijn gelukkig aan het touw vasthouden. Een tweede haai kwam met zo’n vaart op het vlot af alsof hij er overheen wilde springen. Met mijn zwaard ving ik hem op en werd met kracht tegen het vlot gesmeten, met veel moeite kon ik op het vlot blijven. Ook deze haai werd verslonden. Ik hakte op iedere haai in die te dicht hij het vlot kwam en dacht hierbij niet aan honger en dorst. Ik kreeg niet echt veel tijd om na te denken maar bedacht als er nu niet snel wat gebeurde ik zelf voor de haaien was. Bij een volgende aanval verloor ik bijna mijn zwaard en in mijn woede doodde ik weer een haai. Ik kreeg ineens een idee, ik sloopte het deksel van de kist af en gebruikte hem als peddel en als er een haai te dichtbij kwam als wapen. Het begon weer duister te worden en ik bond mij zelf aan het vlot vast en hield mij stil. Doordat ik in slaap gevallen was en plat op het vlot had gelegen, hadden de haaien hun interesse waarschijnlijk in mij verloren. Ik ging met het deksel als pedde1 weer roeien. De honger bezorgde mij visioenen van lekker eten en drinken. Ook droomde ik de gekste dingen over monsters en dingen die ik meegemaakt had in mijn korte leven.
Na een paar dagen en nachten op zee gezwalkt te hebben ben ik uiteindelijk bezweken en verloor het bewustzijn. Uiteindelijk kwam ik bij en ontdekte dat ik niet meer op het vlot lag. Het touw zat nog steeds om mijn middel. Ik krabbelde overeind en keek eens om me heen, ik bevond mij op een strandje met voor mij water en achter mij een steile rotswand.
WORDT VERVOLGD…
Geef een reactie